Uiterlijk van de poedel

Het uiterlijk van de poedel, dus hoe hij er uit dient te zien, staat beschrewven in de officiële rasstandaard. Het is het voorrecht van de Franse poedelclub om deze beschrijving te maken, omdat Frankrijk volgens de FCI het land van herkomst van het ras is.

Maten

Alle West Europese landen zijn aangesloten bij de Fédération Cynologique Internationale. In die landen geldt dus de maatvoering genoemd in de laatste kolom.

 

Hoogte

The Kennel Club
(UK)
Australian National Kennel Council New Zealand
Kennel Club
Canadian
Kennel Club
American
Kennel Club
United
Kennel Club
Fédération
Cynologique
Internationale
Standaard of
Koningspoedel
vanaf 38cm (15inch) vanaf 38cm (15inch) vanaf 38cm (15inch) vanaf 38cm (15inch) vanaf 38cm (15inch) vanaf 38cm (15inch)) vanaf 45cm (18inch)
tot 62 cm (24inch)
Middenslag niet gebruikt niet gebruikt niet gebruikt niet gebruikt niet gebruikt niet gebruikt vanaf 35cm (14inch)
tot 45cm (18inch)
Dwerg vanaf 28cm (11inch)
tot 38cm (15inch)
vanaf 28cm (11inch)
tot 38cm (15inch)
vanaf 28cm (11inch)
tot 38cm (15inch)
vanaf 25.4cm (10inch) tot 38cm (15inch) vanaf 25.4cm (10inch) tot 38cm (15inch) vanaf 25.4cm (10inch) tot 38cm (15inch) vanaf 28cm (11inch)
tot 35cm (14inch)
Toy onder 28 cm (11 inch) onder 28 cm (11 inch) onder 28cm (11 inch) onder 25.4cm (10inch) onder 25.4cm (10inch) onder 25.4cm (10inch) vanaf 24cm (9.4inch)
tot 28cm (11inch)

Rasbeschrijving

Bron: Nederlandse Poedel Club
-
Vertaling
Inge van der Does en Anita Roskam van Bergen
-
Poedel (Caniche)
 

Datum publicatie 2015 / NL van de origineel geldende standaard Nr.172 03
Land van herkomst Frankrijk
FCI Classificatie Groep 9: Gezelschap en Toy`s Sectie 2 Poedel
Gebruik Gezelschapshond
Werktest Geen

Kort historisch overzicht
Etymologisch stamt het Franse woord “caniche” (Poedel) af van “cane”, het Franse woord voor een vrouwelijke eend. In andere landen wordt het woord voor Poedel vaak geassocieerd met rond spetteren in water. Van herkomst werd het ras gebruikt voor het ophalen van vogels in en rondom het water. Hij stamt af van de Barbet waarvan veel kenmerken behouden zijn gebleven. In 1743 werd voor het eerst gesproken van de “caniche” als een vrouwelijke Barbet. Naderhand werden de Barbet en de Poedel geleidelijk gescheiden. Fokkers werkten hard om rastypische en egaal gekleurde honden te krijgen. De Poedel werd erg populair als gezelschapshond om zijn vriendelijke, vrolijke en loyale karakter en ook omdat er vier maten en verschillende kleuren zijn zodat iedereen een poedel kan kiezen naar zijn eigen voorkeur.

Algemeen voorkomen
Een gemiddeld gebouwde hond met een karakteristieke gekrulde vacht, die gekruld of gekoord is. De Poedel heeft een intelligent voorkomen en is constant alert en actief, harmonisch gebouwd en geeft een elegante en trotse indruk.

Belangrijke lichaamsverhoudingen
De lengte van de voorsnuit is ongeveer 9/10 van de schedel.
Lengte van het lichaam (boeggewricht–zitbeen) is iets meer dan de schofthoogte.
Schofthoogte is praktisch gelijk aan de hoogte van de kroep.
De hoogte van de elleboog tot de grond is 5/9 van de schofthoogte .

Gedrag en temperament
De Poedel is bekend om zijn trouw, zijn schranderheid en intelligentie en het vermogen om te leren en goed te worden getraind dit maakt van hem een goede gezelschapshond.

Het hoofd

Adellijk, rechtlijnig, in verhouding tot het lichaam. Het hoofd is goed besneden en niet zwaar of extreem fijn.

Schedel
De breedte is minder dan de helft van de lengte van het hoofd.
De gehele schedel lijkt van bovenaf gezien ovaal en gezien vanaf de zijkant licht gewelfd (convex).
De lengteassen van de schedel en snuit zijn licht uiteenlopend (divergerend).

Wenkbrauwbogen
Zijn matig aangeduid en bedekt met lange haren.


Schedel gedeelte
 



Voorhoofdsgroeve is breed tussen de ogen, versmallend richting de achterhoofdsknobbel, welke zeer goed ontwikkeld is (bij Dwerg en Toy kan die wat minder goed ontwikkeld zijn).

Stop
Zeer licht aangeduid, maar nooit afwezig.
Aangezicht gedeelte

Neus
Ontwikkeld, recht profiel, open neusgaten.
Zwart bij zwarte, witte en grijze Poedels; bruin bij bruine Poedels
Bij fawn kleurige (abrikoos/rode) Poedels moet de neus zwart of bruin zijn in overeenstemming met de intensiviteit van de vachtkleur.
In licht (fawn) abrikoos moet de neus zo donker mogelijk zijn.

Snuit
Boven belijning is absoluut recht, de lengte is ongeveer 9/10 van die van de schedel. De onder belijning is nagenoeg parallel aan de boven belijning. De voorsnuit is sterk. De onder belijning wordt gemarkeerd door de onderkaak en niet door de rand van de bovenlip.

Lippen
Matig ontwikkelt, tamelijk droog, van gemiddelde dikte, waarbij de bovenlip op de onderlip rust en er niet eroverheen hangt.
Zwart bij zwarte, witte en grijze Poedels en bruin bij bruine. Bij abrikoos/rode (fawn) Poedels zijn de lippen min of meer donkerbruin of zwart.
De hoek van de lippen mag niet te geprononceerd zijn.

Kaken/gebit
Volledig schaargebit, sterke tanden.
Wangen
Niet uitstekend, gevormd naar het onderliggende bot.
Het gebied onder de oogkas is goed gebeiteld en een beetje op gevuld.
De jukbeenbogen zijn enigszins aangeduid.

Ogen
Levendige en intelligente expressie, gelegen ter hoogte van de stop en licht schuin geplaatst.
Amandelvormig. Kleur zwart of donkerbruin. De kleur bij bruin mag donker amberkleur zijn.
De oogleden zijn zwart bij zwarte, witte en grijze Poedels. Bij bruine Poedels zijn ze bruin.
Bij licht abrikoos Poedels de oogleden zo donker mogelijk.

Oren
Tamelijk lang, hangend langs de wangen, aangezet op en vervolgd de lijn die aan de bovenkant van de neus begint en via de buitenooghoek van het oog verder gaat, vlak, vanaf de aanzet breder wordend en afgerond aan het uiteinde, bedekt met zeer lang golvend haar.
Het oorleer zou de mondhoek van de lippen moeten raken -het ideaal is er voorbij- wanneer ze naar voren gebracht worden.

Nek
Stevig licht gebogen na de nek, middelmatig lang en met goede verhoudingen.
Het hoofd wordt trots en hoog gedragen.
De hals zonder keelhuid, ovaal van vorm.
De halslengte is iets minder dan de lengte van het hoofd.

Lichaam
Goed geproportioneerd. De lichaamslengte is iets meer dan de schofthoogte.



Boven belijning
Harmonieus en strak.

Schoft
Matig ontwikkeld.
De hoogte van de schoft is praktische gelijk aan de hoogte van de top van de kroep tot de grond.

Rug
Kort.

Lendenen
Stevig en gespierd.

Kroep
Gerond maar niet afvallend.

Borstkas
Reikt tot aan elleboog; de breedte is gelijk aan 2/3 van de diepte.

Voorborst
De punt van het borstbeen steekt licht uit en ligt vrij hoog.
Bij de Grote Poedels wordt de borstomtrek gemeten achter de schoft en moet minstens 10 cm meer zijn dan de schofthoogte. De borstkas heeft een ovale doorsnede, breed aan het rug gedeelte.

Onder belijning en buik
Opgetrokken maar niet overdreven.

Staart
Tamelijk hoog, aangezet ter hoogte van de lendenen (voor het ideaal gedragen op “10 over 9” vergeleken met de toplijn).

Ledenmaten

Voorhand

Algemeen beeld
Volledig recht en parallel, goed bespierd met goed bot. De afstand van de elleboog tot de grond is iets meer dan de helft van de schofthoogte.

Schouder
Schuin en bespierd. Het schouderblad vormt met de opperarm een hoeking van ongeveer 110 graden.

Opperarm
De lengte van het opperarm komt overeen met die van het schouderblad.

Polsen
Voortzetting van de lijn van het voorbeen.

Voor middenvoet
Stevig en bijna recht gezien vanaf de zijkant.

Voorvoeten
Eerder klein, stevig, van korte ovale vorm.
De tenen zijn goed gewelfd en zijn goed aangesloten.
De voetzolen zijn hard en dik.
De nagels zijn zwart bij de zwarte en grijze Poedels.
Bruin bij bruine Poedels.
Bij witte Poedels mogen de nagels gekleurd zijn volgens het kleurgamma van hoornkleurig tot zwart.
Bij abrikoos/rood zijn de nagels bruin of zwart.
In verhouding tot de vachtkleur zo donker mogelijk.

Achterhand

Algemeen beeld
Van achteren bezien zijn de achterbenen parallel; de spieren zijn ontwikkeld en zeer goed zichtbaar.

Dijbeen
Goed bespierd en sterk.
De hoek van heupbeen en dijbeen moet goed aangeduid zijn.

Knie
De hoek tussen dijbeen en onderbeen moet goed aangeduid zijn.

Spronggewricht
Is relatief goed gehoekt.
De hoek van het onderbeen met de achterste middenvoet moet goed aangeduid zijn.

Achterste middenvoet
Eerder kort en recht geplaatst.
De Poedel moet geboren worden zonder Hubertusklauwen aan de achterbenen.
 

Naar de top van deze pagina
 
©2005-2018 PinQerton Poedels